Free Web Hosting : Free Hosting : Credit Report : Low APR Credit Card  


brain-rolstoel brain-rolstoel brain-rolstoel brain-rolstoel brain-rolstoel brain-rolstoel brain-rolstoel


Het Gevoelige Skelet van Kinderen

Richtlijnen en Adviezen voor Krachttraining bij Kinderen

Kinderen kunnen niet zomaar als kleine volwassenen worden beschouwd. Hun fysiologie is anders waardoor zij ook anders reageren op inspanning en training. Door inspanning en training wordt het lichaam blootgesteld aan krachten die doorgaans groter zijn dan de krachten die kinderen in het dagelijkse leven ondervinden. Krachten hebben invloed op de vorm en structuur van het spier- en bewegingsapparaat, iets wat m.n. bij kinderen van belang is. De bijzondere fysiologie bij kinderen leidt ertoe dat deze groep sporters ook zo haar eigen blessures kent. Dit artikel gaat in op die blessures die alleen bij kinderen voorkomen. Hierbij wordt m.n. ingegaan op krachttraining, aangezien het lichaam hier doorgaans aan de grootste krachten wordt blootgesteld en hierbij de grootste controverses en onzekerheden heersen. Ingegaan zal worden op de vraag of gewichtstraining voor kinderen veilig is.

kidsfive


Onder kinderen worden in dit artikel diegenen verstaan die nog in hun groei zijn. Er bestaat vaak nogal wat terughoudendheid wanneer het gaat om intensieve sportbeoefening in het algemeen en gewichtstraining in het bijzonder bij kinderen. Deze terughoudendheid is gebaseerd op twee punten: ten eerste wordt vaak gesteld dat kinderen - het gaat hier dan om prépuberalen - te weinig androgenen (mannelijke geslachtshormonen) in hun bloed hebben om voor een gewichtstrainingsafhankelijke krachtstoename te zorgen. In de tweede plaats wordt vaak gesteld dat gewichtstraining gevaarlijk is voor kinderen vanwege een nog niet uitgerijpt skelet. Op dit eerste punt wordt straks kort ingegaan, het tweede punt zal dieper worden uitgewerkt. Eerst zal ik echter ingaan op de botgroei bij kinderen, een onontbeerlijk stukje kennis wanneer het gaat om kindspecifieke blessures.

Fysiologie: botgroei

Pijpbeenderen bij kinderen bevatten een diafyse (schacht) van corticaal bot (het harde (schors-)gedeelte van het beenstuk) omgeven door een stevige koker van periost (beenvlies). Binnenin bevindt zich de mergholte. Aan de uiteinden bevinden zich de epifysen van spongieus bot, bekleed met kraakbeen. Tussen epifyse en diafyse bevindt zich de metafyse met daarin de groeischijf oftewel de epifysairschijf (fig. 1). De lengtegroei vindt plaats vanuit de groeischijf, de diktegroei door het periost. De epifysen bepalen de grootte en de vorm van de gewrichtsuiteinden. De kraakbeencellen in de groeischijf vermenigvuldigen zich waardoor het botstuk langer wordt. De oudere kraakbeencellen verbenen daarnaast en uiteidelijk zal de gehele groeischijf verbenen. Dan stopt de groei, want lengtegroei is alleen mogelijk zolang er kraakbeen aanwezig is. De lengtegroei is geen lineair proces maar verloopt in snelle en minder snelle groeifasen. De grootste groeisnelheid ligt bij jongens rond het 14de en bij meisjes omstreeks het 12de levensjaar. In deze periode is de groeischijf het meest blessuregevoelig. 2 Tot 4 jaar later zijn zowel jongens als meisjes uitgegroeid.


botinv
figuur 1: pijpbeen

Het effect van belasting op botgroei

We kunnen drie soorten belasting onderscheiden: 1) longitudinale belasting, dit is belasting in de lengterichting van het bot, dus loodrecht op de groeischijf; 2) loodrechte belasting, dit is dus belasting evenwijdig aan het vlak van de groeischijf; en 3) torsiebelasting, dit is draaibelasting.

Een zekere mate van belasting is een voorwaarde voor normale groei. Totale inactiviteit zal tot groeivertraging en osteoporose leiden, maar te grote krachten kunnen ook schade aanrichten.

Een voorbeeld van longitudinale belasting is de leg press waarbij de kracht o.a. loodrecht door bijv. de distale femurepifysairschijf wordt geleid. Indien de belasting de belastbaarheid van de groeischijf overschrijdt zal de groei vertragen of zelfs stoppen, omdat de chondrocyten (kraakbeencellen) zich dan niet meer kunnen delen. Nog grotere krachten kunnen zelfs leiden tot botresorptie. Het is ook mogelijk dat de kracht aan één kant van de groeischijf de groei aan díe kant vertraagt, terwijl aan de andere kant de kraakbeencellen zich nog gewoon kunnen delen. Dit zorgt er dan voor dat de groeischijf als het ware gaat kantelen, met als gevolg nog grotere onevenredige krachtdoorleidingen. Het gevolg kan een misvorming zijn, denk bijv. aan abnormale x- of o-benen.

Een voorbeeld van belasting die evenwijdig is aan het vlak van de groeischijf, is de kracht die wordt uitgeoefend op de tuberositas tibiae (scheenbeenknobbel) bij de beenstrekking, bijv. bij de leg extension. De m. quadriceps hecht via de patellapees aan op deze tuberositas tibia, die met z’n groeischijf a.h.w. voorop het scheenbeen is ‘geplakt’. Te grote krachten kunnen de tuberositas ‘lostrekken’. Dit is mede te wijten aan het feit dat door krachttraining bij kinderen de spieren sneller sterk worden dan dat het bot harder wordt. De zwakste structuur begeeft het dan het eerst. In het geval van de scheenbeenknobbel wordt dat de ziekte van Osgood-Schlatter genoemd, een apofysitis. Deze blessure wordt nogal eens bij jonge voetballertjes gezien. (Bij een volwassene zou in dit geval dus eerder de patellapees zelf geblesseerd raken).

Te grote torsiekrachten kunnen leiden tot spiraaldraaiing van het bot. Torsionele vervorming van de ruggewervels komt voor bij een scoliose (zijwaartse verkromming van de wervelkolom). Deze draaiing om de lengte-as kan echter ook in de normale situatie voorkomen. Zo vertoont het scheenbeen vaak torsie en wel een draaiing tussen de twee uiteinden.

De zojuist genoemde aandoeningen zijn het gevolg van overmatige belastingen op een nog niet uitgerijpt skelet. Aangezien volwassenen geen groeischijven meer hebben (deze zijn verbeend), treden dit soort aandoeningen dus ook niet op bij volwassenen. Maar omgedraaid kunnen de blessures die wel bij volwassenen voorkomen, óók bij kinderen voorkomen. Sterker nog, ‘volwassen’ blessures vormen 85% van het totale aantal blessures bij kinderen, terwijl in ‘slechts’ 15% van de blessuregevallen bij kinderen de oorzaak ligt in het nog onrijpe skelet. Het aantal mogelijke blessures is bij kinderen dus groter. Er dient echter vermeld te worden dat de genoemde categorie aandoeningen niet inherent is aan krachttraining! Ze kunnen bij nagenoeg alle sporten voorkomen.

kidbaseball



Kosten en baten

Het bovenstaande vormt de kern van de reserves die velen hebben wanneer het gaat over de vraag of kinderen aan krachttraining mogen doen. Sporten is gezond, maar wegen de kosten (grotere blessurerisico’s) op tegen de baten?

In het begin werd de stelling naar voren gebracht dat krachttraining bij prépuberalen geen zin heeft, aangezien zij niet genoeg androgenen hebben om een gewichtstrainingafhankelijke krachtsvermeerdering te bewerkstelligen (dit geldt m.n. voor jongens. meisjes zouden zelfs na hun puberteit geen baat hebben bij krachttraining). Klopt deze stelling? Het is waar dat hun androgeenspiegel lager is dan bij volwassenen, maar diverse onderzoeken laten zien dat een krachtstoename toch wel degelijk mogelijk is (2,3,4) waarmee deze oude stelling ontkracht lijkt. Verdere voordelen die genoemd kunnen worden zijn een verminderd blessurerisico bij andere sporten, een versneld herstel na blessures, een verbeterd zelfbeeld en betere motorische vaardigheden (buiten de reeds genoemde kracht) (5).

Maar is het ook veilig? Door krachttraining zouden er allerlei groeistoornissen optreden (zie hierboven) en de jonge sporters zouden ook kleiner blijven. ‘Kijk maar naar topturners: die trainen heel zwaar, maar zijn ook kleiner dan hun niet sportende leeftijdsgenoten’. Het zou echter natuurlijk ook zo kunnen zijn dat van nature kleine mensen bij een sport als turnen biomechanisch in het voordeel zijn, waardoor ze juist eerder uitblinken. Onderzoeken naar de effecten van sport op lichaamslengte spreken elkaar vaak tegen. De conclusie is dan ook dat er wat dit punt betreft geen eenduidig antwoord gegeven kan worden (6).

Het blessurerisico lijkt echter wel mee te vallen zolang er geen maximale gewichten worden gebruikt. Wanneer er niet met maximale gewichten gewerkt wordt, maar met gewichten waarmee 10 tot 30 herhalingen gemaakt kunnen worden (1-3 sets per oefening, 3x per week), blijkt dit geen negatieve effecten te hebben op botten, spieren of groeischijven en worden er geen blessures gezien (2,3). Echter, hoewel er niet al te veel goeie onderzoeken bekend zijn, lijkt het dat sporten zoals powerlifting, gewichtheffen en body building, waarbij de gewichten vaak zwaarder zijn (minder herhalingen), wel een belangrijk risico op de hierboven behandelde blessures met zich meebrengen (7). Wanneer we het een en ander op een rijtje zetten, kunnen we komen tot de volgende aanbevelingen:

Aanbevelingen

De Amerikaanse National Strenght and Conditioning Association stelt in haar ‘position paper on prepubescent strength training’ (5) dat, in overeenstemming met de zojuist beschreven onderzoeksresultaten, op elke leeftijd met krachttraining begonnen kan worden, mits aan een aantal voorwaarden is voldaan. Deze voorwaarden zijn:

- het kind dient medisch (goed)gekeurd te zijn voor krachttraining;

- minstens de helft van de fitnesstraining dient te bestaan uit niet-krachttraining, zoals cardiotraining, indien fitness de enige sportvorm is. Dit komt de veelzijdige ontwikkeling van het kind ten goede en zal ook minder snel leiden tot een eentonige trainingsbeleving;

- bij de krachttraining dient het gewicht zo gekozen te worden dat er sets van minimaal 10 herhalingen met een goede techniek (‘cheaten’ mag niet!) kunnen worden gemaakt. Trainen met gewichten van 1RM is uit den boze;

- met sporten als powerlifting, gewichtheffen en bodybuilding mag pas begonnen worden wanneer het kind sexuele volwassenheid heeft bereikt (na stadium ‘Tanner 5’). De individuele leeftijd waarop dit punt bereikt wordt verschilt nogal;

- de training dient altijd onder toezicht te staan van gediplomeerde instructors die zich bewust zijn van de afwijkende kinderfysiologie. Kinderen hebben meer en intensievere begeleiding nodig dan volwassenen en mogen in principe niet trainen op tijdstippen dat er geen begeleiding aanwezig is. Het beste zouden groepstrainingen zijn;

- het kind moet in staat zijn de aanwijzingen van de instructor te begrijpen en op te volgen (m.n. jongens in hun puberteit willen tegen de aanwijzingen van hun trainer in nogal eens snel naar te zware gewichten grijpen);

-verder dienen de algemene principes bij krachttraining in acht te worden genomen zoals het evenwichtig trainen van agonisten en antagonisten;

- oefeningen op toestellen zijn veiliger dan zogenaamde ballistische oefeningen die met vrije gewichten worden uitgevoerd.

kidwrestling


Erwin Thimister, arts & bewegingswetenschapper

Literatuur

(1) Marti, R.K.: Fracturen bij kinderen. In:Linden, A.J. van der, Claessens, H.: Leerboek Orthopedie (8ste druk). Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum, 1995.

(2) Sewall, L., Micheli, L.: Strength Training for Children. Journal of Pediatric Orthopedics, 6: 143-146, 1986.

(3) Rians, C., Weltman, A, e.a.: Strength training for prepubescent males: Is it safe? The American Journal of Sports Medicine, 15 (5): 483-489, 1987.

(4) Falk, B., Tenenbaum, G.: The Effectiveness of Resistance Training in Children. A Meta-Analysis. Sports Medicine, 22 (3): 176-186, 1996.

(5) National Strength and Conditioning Association: Position paper on prepubescent strength training. NSCA Journal, 7 (4): 27-31, 1985.

(6) Goldberg, B.: Pediatric Sports Medicine. In: Scott, W., Nisonson, B., Nicholas, J. (Eds): Principles of Sports Medicine. Baltimore/London: Williams & Wilkins, 1984.

(7) American Academy of Pediatrics Committee on Sports Medincine: Strength training, weight and power lifting, and body building by children and adolescents. Pediatrics 86: 801-803, 1990.

 

 

Terug naar het begin van deze pagina


Terug naar de doelgroepen pagina
brain-rolstoel



Terug naar de homepage
brainbarbell